More

Text book Allart Lakke 2008

Bij Casper Faassen lijkt de naaktheid beperkt tot het gelaat. Hij schildert het portret van schoonheid in close-up. Het werk is daardoor heel leesbaar en herkenbaar. 

Ik geloof in het belang van het bewust plaatsen van een beeld tussen de bestaande beelden. Een naakt tussen de naakten. Het komt erop neer om op een zorgvuldig getimed moment het juiste beeld opnieuw op te roepen. Niet perse uniek, maar bijzonder. 
Er is geen studie voor nodig om de impact van de Beatles te onderkennen. Het is populaire cultuur. Zoiets gaat ook op voor het maniërisme van Appel. In zijn spoor is de creatieve dadendrang van vele klonen te bewonderen, onder het motto; ‘ik rotzooi maar wat an’. Ook populaire cultuur. 
Het blijkt haast onmogelijk om vanuit een populaire status naar elitair te groeien. Andersom gaat wel. Van elitair naar populair dus, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Anton Heyboer of de Amerikaanse Jeff Koons. Dat lijkt dan wel een degradatie. Het feit is dat een schilderij in het alledaagse een commodity is en een voorwerp van waarde. En de schilder moet willen een brand name te worden, een Warhol, a household name, het is image en imago. Het schilderij is succesvol als de maker een brand name wordt. Populair of elitair, linksom of rechtsom, het maakt niet uit.
In ieder geval, van artistieke dadendrang houd ik niet zo. Ik voel voor de Apollinische kunstenmaker. Daarmee bedoel ik de kunstenaar die vanuit het hoofd werkt, gemakshalve in tegenstelling tot de Dionysische, die vanuit de tenen verf gooien.
Schoonheid?
Uit de enorme vloed van dagelijkse schoonheid selecteert Casper dat ene moment. Het geheim zit precies in de mix van introspectie, het ontluikende moment en het schilderen.
Is dat moeilijk?
Ons huidig schoonheidsideaal bestaat helder zichtbaar en in overvloed! Het ideaal is schreeuwerig jong, vitaal en met een gezonde uitstraling. Onze bron van eeuwige jeugd is in de media, leveranciers van de continue stroom aan ideale schoonheid. 
Casper Faassen werkt aan een ideaalbeeld van een specifiek moment, gefixeerd met ‘eeuwigheidswaarde’. Het is de keuze van juist die pose, die op intimiteit, schaamte of introspectie duidt. Het is eigenlijk dan ook geen pose, maar eerder een betrapt moment, bedoeld als onbewuste schoonheid, de afgewende blik, schoonheid ondanks zichzelf. In de wijze van schilderen is de afbeelding lineair en leeg gemaakt. En een soortgelijke leegte, dubbelzinnig dan, is in het model. De vrouw lijkt contactloos, het moment waarop het model geen model is. De sublieme stilte van kortstondige introspectie. 
Modigliani bereikte eenzelfde effect door minstens een oog op een portret leeg te schilderen. De introspectie, het besef dat het model geen model is, veroorzaakt vervolgens dat de toeschouwer een voyeur wordt, die de onbewuste schone bewonderd, begluurd. Modigliani schildert de blos op de wangen. Kijk, ik vergelijk hier Modigliani en Faassen. En er is meer. Het sjabloon, ik noem het oneerbiedig de formule. En Warhol.
De meest geslaagde werken van Casper Faassen zijn een formule. Ik bedoel dan vooral de bezwering die uitgaat van een formule. Die formule is dan als een ‘spell’, die wordt uitgesproken in het ritueel van het schilderen. In de formulering zijn onderling alle keuzes gedefinieerd. Keuzes uit de bewust ontwikkelde elementen waaruit het schilderij wordt opgebouwd. Het kleurgebruik, formaat, achtergrond, contrasten, lijnvoering, oppervlak, materialen, signatuur en de keuze van onderwerp. Die uiteen rafeling van keuzes duiden op een formele en conceptuele wijze van denken. Er is dus de ‘spell’, de bezwering in de daad van het schilderen en een apollinische, conceptuele behandeling van de elementen. Casper Faassen creëert een helder schilderij, de versimpeling dient het doel; de overdracht van de bezwering. Casper Faassen werkt aan de bezwering van schoonheid, hij zoekt het geheim van die formule. 

Actueel wordt veel gezeurd over identiteit. Ik, bescheiden, acht identiteit als iets flinterduns. Het speelt zich af in de zandbak, waar u zich een lievelingskleur bepaalde, dat is identiteit. En wat denk ik over het aanverwante begrip ‘originaliteit’? Ook al schijn en noodzakelijk kwaad. Een zachte dood gestorven in het modernisme. Voorlopig niet al te nastrevenswaardig, maar desondanks wel noodzaak. Het heet herkenbaarheid, beeldtaal of stijl, én allen elementen in het oeuvre van Casper Faassen. 
Hedendaags is toch de herhaling, de tic, de kopie en de kloon gemeengoed. 

Mijns inziens bestaat de originaliteit van een schilderij o.m. uit het zich verwerven van muur ruimte en mogelijk een plaats tussen andere schilderijen. Het moet beslist gezien willen worden. Een kostbaar beeld tussen de beelden. Ondanks de ‘spell’ van Casper Faassen is er ruimte voor toeval en ontwikkeling over de volle breedte van de voornoemde elementen. Op een ouderwetse wijze, modernistisch, vormen de schilderijen groepen, reeksen van experimenten. Doel is het summum , het ultieme beeld op te roepen, vanuit het geloof in het bestaan daarvan. 
Misschien is dat naïef? Het ultieme, maar heel even dan.
Vanuit het geloof in het sublieme, is Angelina Jolie mogelijk de mooiste, zij heeft evenwel een houdbaarheidsdatum, het schilderij niet. Of toch. Bedenkt u, hoe in de roman Julian Grey van Oscar Wilde de rol van het schilderij is. Het is een portret, dat de veroudering van de geportretteerde ondergaat. Het portret beleeft die veroudering fysiek. 
Hier is een rare link met Casper Faassen. Die veroudering van het schilderij heeft het bij hem al ondergaan in de materiële bewerking. Verderop beschrijf ik iets van de techniek. Het schilderij probeert  door die behandeling tijdloos te worden.
Het schilderen bij Casper Faassen is dan ook niet opgevat als beperkt tot het opbrengen van verf.
Soms wordt de autodidact intuïtief handelen aangewreven of zijn werk met naïviteit verward. Moderne technieken maken het mogelijk een eigen beeld databank te beheren, waardoor de hoeveelheid keuzes explosief toeneemt. De mogelijke beperking van de autodidact heeft zich op. De vaardigheid zit immers in de beslissingen, in de afweging wat en hoe met de elementen. En in de beperking van de meester.

Die suggestieve houding van elk model, de veronderstelde kuisheid, de geloken ogen, al die onschuld. Ik denk aan de heerlijke zoetigheid van de Pre-Rafaëlieten of poëziealbum plaatjes. De schilderkunstige kwaliteit , de grove materie behandeling, het formaat en de lijnvoering hebben samen een tegengestelde werking die haaks staat op het poëziealbum. De verf is erop gesmeten, die vaardigheid van een streek verf is in contrast met het onderwerp, hard en effectvol. Het zijn dus schilderijen, onmiskenbaar geschilderd.

Het schilderij als een verloren voorwerp
Het schilderij is mede opgevat als een produkt. Het is het beoogde resultaat van de formule of de ‘spell’.  Ondanks het produktmatige behoudt het door de ‘spell’ de oorspronkelijke mystiek van de creatie.
De schilder Casper Faassen nu benadert de status van het schilderij, het object, mede als dat van een verloren en inmiddels teruggevonden voorwerp. Hij manipuleert de toevalligheid van schoonheid, gevonden na lange tijd aan de elementen overgeleverd te zijn geweest. Het wil tijdloze aftakeling suggereren. Het oppervlak kan grauw zijn, vuil, verweerd, grof. De materie is weerbarstig, verroest of gekloofd, met craquelé en vlekken en daarin en overheen ligt in een paar streken het gezicht van de vrouw. Alsof het altijd zo was.
Het gelaat is geen portret feitelijk, want haar identiteit is opgeheven, gesublimeerd, en de vrouw is in zichzelf gekeerd, in een ‘lost moment’, introvert, nauwelijks aanwezig. Die pathetiek, het verweesde van het model gecombineerd met het bewust oproepen van veroudering en degradering, geeft samen het werk het gevoel van een verloren voorwerp te zijn. Het draagt emotioneel sterk bij aan de acceptatie van het ding an sich, namelijk als kostbaar schilderij. Het mag niet verder verloren gaan, de beschouwer/voyeur is verantwoordelijk gemaakt om de verdere aftakeling te voorkomen. De wil tot bescherming wordt in u opgeroepen, de schoonheid wordt door u gered van de afgrond.

Het nastreven van de perfecte schone in afgetakelde verf op verweerde deuren lijkt een tegenstrijdigheid. De truc is vluchtig zichtbaar in het stilzetten van beweging, alsof de verf door Casper in de lucht gesmeten wordt en opgevangen en als bij toeval duikt het beeld op. 
De virtuositeit onthult zich in de suggestie, de snelle handeling die het toeval onderwerpt. Begrijpt u, artisticiteit is het synoniem van kunstmatig. Zo moet het. 
Bezie de materie, het gefixeerde toeval is dat van roestvlekken, krassen, stuc, woord-resten in krijt, craquelé, het is gestuurd en gemanipuleerd. U ondergaat de romantiek van het verval. Simpel en effectief. Het is kortstondig. Verlangen. Vanitas.

Vae Victus, wee de overwonnenen. 

De vrouw is in een eindeloze variatie weergegeven. Hetzelfde, steeds anders. Telkens is zij qua uitdrukking verbonden met de in de oneindigheid starende madonna’s uit de middeleeuwen. Een logisch verband als de schaamte werkelijk een rol speelt. 
Wat maakt de vrouwen van Casper noodzakelijk en hedendaags? Hun houding bijvoorbeeld of de haardracht? 
Of de formule van Casper Faassen in een museale context zou werken? De inhoudelijke beperking tot schoonheid/schaamte is ongebruikelijk, maar eigenlijk een verademing. Het werk van Casper Faassen kan in verband worden gebracht met de madonna’s, de bloemen van Warhol, een vroege Lichtenstein als ‘Brad’, portretten van Modigliani en een Léger. 
Wat verbindt is dat allen in een verstilling geïnteresseerd lijken. Het zijn grote schilders, die ook de blosjes op wangen schilderden. 
Juist die verstilling treft mij, zoals het gesloten drieluik dat veroorzaakt. Schaamte en introspectie, actuele thema´s lijkt me. Uiteindelijk is het die mentale uitdrukking in Caspers werk, die moeiteloos publiek vindt. Sentiment, maar met ballen.


Populariteit
Casper Faassen heeft al enige beledigingen verwerkt. Het bedrijfsmatige aspect, de succesvolle wijze waarop zijn werk verhandelt wordt, het raakt snel overbelicht. Imago en marketing zijn realiteiten, die zorgvuldig behandeld dienen te worden. Een brand wordt niet uit niets geboren. Het produkt, het schilderij, is een 'commodity'. 
Het is juist die bedrieglijke eenvoud. Naast het zondagskind is Casper een tovenaarsleerling.

Hoe serieus is het werk van Casper Faassen? 
Er is opwinding, spanning in de simpele codering. Wat er makkelijk uitziet zal wel makkelijk zijn. In Nederland is het maaiveld laag.
Ik wantrouw de diskwalificatie; ´makkelijk´ en ´kan ik ook´. 
Ik zie wat bedoeld wordt om gezien te worden en zie de ‘spell’ die daarover heerst.

www.allartlakke.com

Menu