More

Opening speech Gerrit Komrij 2011(dutch)

Ooit heb ik in de Juinische courant, een uitgave van het Simplisties Verbond en de VPRO, een serie imitaties van kunstopeningen geschreven. Kunstopeningen zijn nogal makkelijk imiteerbaar. De diepere zin van het ‘wit’ en de existentiële schrik die een klodder verf teweeg kan brengen, zoiets. Ik had zo’n imitatie hier kunnen voorlezen. Maar er is al cabaret genoeg. U hebt behoefte aan ernst. We moeten verantwoord over kunst praten, met een empathisch timbre in de stem, doorspekt met wetenswaardigheden. Een professorentoon en verstandige blik graag, wisheid in een meeslepende verpakking. U vraagt zich af waarom Joost Zwagerman hier vandaag niet staat.

Weest u niet bang, ik ga de tijd niet vullen met een opsomming van wat ik allemaal zou kunnen zeggen en niet zal zeggen. Dit zijn serieuze tijden voor de kunst.

Geen toespraakje, hoe kort en bescheiden ook, kan het stellen zonder te beginnen met een protest tegen de cultuurbarbarij van de overheid, tegen de triomftocht van de dorre klerken en dode zielen die op dit moment actief en agressief en rancuneus de kunst willen laten afsterven. Het kankergezwel heeft zich uitgezaaid naar de top en de vitale delen van de maatschappij. Misschien dat hier en daar terecht een luierend kunstvarkentje wordt geslacht, dat kan geen excuus zijn om een hele fauna te laten instorten.

 

Zo, dit was het protestgedeelte. ’t Is eigenlijk zonde van de tijd, laten we de barbarij teruggeven aan de barbaren en laten wij ons gezicht wenden naar de kunst. Kijken, daar zijn schilderijen voor. Kijken, en niet lullen. Maar toch een paar woordjes over het nieuwste werk van Casper Faassen. Het is in de eerste plaats een spel met licht, natuurlijk. Maar ik zie ook paralellen met de literatuur. Ik weet het, de meeste schilders hebben er grondig de pest aan as beweerd wordt dat hun werk iets literairs heeft. Dat bedoel ik ook niet. Ik bedoel dat er sprake is van een parallel procédé; dat van de vlakgum. Het schrappen. Het positioneren van een saillant detail. Dat is iets anders dan minimalisme. Dat is het manipuleren van weelde. Dat is spelen met de spanning tussen het tekort en het teveel. Dat is: in de overdaad het vertrekpunt nooit uit het oog verliezen.

Dit gebeurt in een goed gedicht. Dit gebeurt in een goeie roman. Dit gebeurt in het nieuwe werk van Casper Faassen. Mist en een waas voor ogen en een glazen tussenwand, het kan allemaal zijn, maar dit vervagen benádrukt een plotseling kleurvlak, eenzame hand waarvan de vingertoppen je bijna fysiek aanraken. Het verhullende matglas en het schrappende vlakgum maken het wit witter.. Er is een hand, er is wit, er is een wolk en er is een bergwand, maar als je even kijkt -even blijft kijken, even goed kijkt- wordt de hand een signaal, de wolk een donderwolk en de bergwand en luchtkasteel. De witte ballerinajurk openbaart zich aan je als een bijna ondraaglijke bruidsjurk.

We betreden feeërieke sferen, die niet zonder heftigheid zijn. Vergis u niet, dat feeërieke van Casper Faassen is een schimmenrijk. Er is weinig lieflijks aan. De dreiging loert, achter het Hitchcockachtige doucheglas, in de röntgenweergave, in de bruidsjurk.

Er is ook een mooi boek verschenen vandaag. Literatuur en kijken samen. De bedrieglijke lieflijkheden van Casper Faassen en het poëziedebuut van Onno Blom. Het past me niet om op het werk van een vriend literaire kritiek uit te oefenen. Het resultaat is een Capriccio voor hetero’s zullen we maar zeggen.

Bij Onno Blom geen woorden als commentaar bij de kunst, gelukkig. Een eigen mooie cyclus. “Schilderijen winnen niet door onze woorden, ze worden ook niet aangetast. Wie denkt kunstwerken met literatuur te omcirkelen, omcirkelt een leegte; het schilderij rust, narcistisch en in Elizeese velden, een heel eind verderop, in de omhelzing van zijn eigen spiegelbeeld.”  Dank u. 

Menu